Voor de vaststelling van de hoogte van de aanvullende uitkering geldt dat de berekeningssysternatiek van het dagloon WW wordt gevolgd, echter zonder dat de maximum dagloongrens wordt toegepast. Er zijn verschillen tussen de grondslag 'bezoldiging' en de grondslag 'dagloon'. Zoals al bij de toelichting op artikel 10a:1 werd aangeduid, is het spaarloon hiervan een duidelijk voorbeeld.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 10a:3