Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 10a:6

Beëindiging van het recht op uitkering (T)

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer houdende regels omtrent Arbeidsvoorwaarden (CAR-UWO)

Wanneer het recht op WW geheel of gedeeltelijk eindigt, betekent dit dat ook het recht op een aanvullende uitkering geheel of gedeeltelijk eindigt. Voor de toepassing van deze bepaling is met name artikel 20 van de WW van belang. Hierin zijn gronden voor beëindiging van het recht op een WW-uitkering opgenomen. Het gaat hierbij om zaken als het niet meer werkloos zijn, het verstrijken van de uitkeringsduur en het in aanmerking komen voor een uitkering krachtens de ZW. Het van toepassing verklaren van de bepalingen van de WW betreffende de gehele of gedeeltelijke beëindiging van het recht op uitkering impliceert dat achterliggende regels en systematiek (zoals Lisv-beleid en jurisprudentie) ook worden gevolgd. Let wel: oud recht op aanvullende uitkering kan niet meer herleven, indien de betrokkene als werknemer nieuwe werkzaamheden ter hand neemt en daarmee een nieuw recht op WW opbouwt voor hetzelfde aantal uren als waarop het recht op aanvullende uitkering gebaseerd was. Dit zou reïntegratiebelemmerend zou kunnen werken. Hierin is voorzien door artikel 10a:32 de reïntegratiepremie. Noot: per 1-10-2004 (tot de volgende artikelversie) veranderd de toelichting: Het woord "Lisv-beleid" wordt vervangen door: UWV-beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel