Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Aanwijzing inzamelmiddelen en –voorzieningen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening

1. Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: a. voor restafval van huishoudens niet gelegen in het buitengebied of in lintbebouwing: een verzamelcontainer voor gebruikers van een aantal percelen; b. voor restafval van huishoudens gelegen in het buitengebied of in lintbebouwing: een minicontainer voor de gebruiker van één perceel. Deze huishoudens mogen ook gebruik maken van een verzamelcontainer voor restafval zoals genoemd bij artikel 4.1.a; c. voor gft-afval van huishoudens een minicontainer voor de gebruiker van één perceel; d. voor kunststofverpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankenkartons een minicontainer voor de gebruiker van één perceel of een verzamelcontainer voor gebruikers van een aantal percelen; e. voor oud papier en karton een minicontainer voor de gebruiker van één perceel of een verzamelcontainer voor de gebruikers van een aantal percelen; f. voor glas een brengvoorziening op wijkniveau; g. voor textiel een brengvoorziening op wijkniveau en maximaal vier keer per jaar een huis-aan-huis inzamelvoorziening; h. voor grof huishoudelijk afval: een big bag; i. voor de overige categorieën van huishoudelijke afvalstoffen zoals genoemd in artikel 3 geldt dat geen inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen en dat deze gebracht dienen te worden naar de milieustraat van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel