Een cliënt komt in aanmerking voor een individuele of maatwerkvoorziening als:
de cliënt op eigen kracht of met de hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
de cliënt geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening of;
de cliënt geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere, algemeen gebruikelijke of voorliggende voorziening.
Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn handelen had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een individuele of maatwerkvoorziening.
Als een individuele of maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de adequate én meest goedkope voorziening.
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten waarvoor door de cliënt na het maken van de kosten ondersteuning is aangevraagd, moet kunnen worden nagegaan of de voorziening noodzakelijk is en als adequate én meest goedkope voorziening aan te merken valt.
Wanneer het vanwege technische afschrijving noodzakelijk is een door de gemeente toegekende voorziening te vervangen binnen de periode van 9 jaar, wordt deze automatisch door de aanbieder verstrekt.
In het geval van door nalatigheid en/of verwijtbare veroorzaakte kosten wordt een reële bijdrage gevraagd aan de cliënt ten behoeve van het vervangen van de voorziening.
Wanneer de cliënt geen gebruik meer maakt van een maatwerkvoorziening of woningaanpassing kan het college besluiten om de voorziening te beëindigen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Criteria voor een individuele en maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2019