Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.1

Artikel 38

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Organisatieverordening gemeenteraad Heerde 2018

De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen in de vergadering aanwezige leden aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. Als een raadslid stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij door de voorzitter aangewezen raadslid en verloopt verder naar de volgorde van een daartoe opgestelde lijst. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. [Vervallen]. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist, kan deze vergissing herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. Dit brengt in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel