Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het in artikel 3 bepaalde, voldaan aan de volgende aanvullende criteria:
de aanvraag sluit aan bij de uitgangspunten van de geldende beleidskaders voor algemene voorzieningen Wmo en Jeugdwet;
De aanvraag geeft concreet aan op welke doelgroep de activiteit is gericht;
de aanvraag geeft concreet aan in welke mate de activiteiten bijdragen aan versterking van het voorliggend veld;
de aanvrager committeert zich aan structurele samenwerking met het sociaal wijkteam;
de aanvrager beschikt over voldoende kennis van wat er speelt in de wijk en de stad en werkt aantoonbaar samen met relevante partners. Aanvrager dient dit in het activiteitenplan te beschrijven;
bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voldoen de medewerkers die de activiteiten coördineren, dan wel uitvoeren aan de kwalificatie die voor elke specifieke activiteit vereist is;
de aanvraag dient een begroting te bevatten die is opgesteld per activiteit onderverdeeld naar kostensoort. Overheadkosten en doorbelastingen dienen separaat vermeld te worden;
voor de activiteit als bedoeld in artikel 10 onder v geldt:
voorafgaand aan start wordt vastgesteld of een hulpverleningsaanbod van 8 gesprekken toereikend en passend is voor de gestelde hulpvraag;
de subsidie wordt niet ingezet voor langdurige psychosociale hulpverlening;
voor activiteiten als bedoeld in artikel 10 onder u geldt: de maximale subsidie bedraagt € 5.000 per jaar per aanvrager;
voor activiteiten als bedoeld in artikel 10 onder w geldt: subsidie wordt slechts verstrekt als de organisaties worden gehuisvest in leegstaand maatschappelijk vastgoed in eigendom van de gemeente.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 11
Aanvullende subsidiecriteria
Onderdeel van Subsidieregeling Nieuwegein 2019