Naar hoofdinhoud
In aanvulling op het in artikel 4 bepaalde gelden de volgende verdeelregels: Voor de activiteit als bedoeld in artikel 19 onder a is jaarlijks maximaal € 55.000 beschikbaar, waarbij geldt: basisscholen met vroegschoolse educatie: € 5.000 per schoollocatie met een maximum van € 50.000; wanneer de som van de aanvragen als bedoeld onder artikel 20 lid 1 onder a het maximum overschrijdt, hebben de scholen met een totale onderwijsachterstandscore hoger dan 5% voorrang en vervolgens hebben de scholen met een leerlingscore hoger dan 0,5% voorrang. Deze scores zijn ontleend aan de OAB-scan Nieuwegein op basis van het rekenmodel van het CBS (2017); wanneer de som van de aanvragen als bedoeld onder artikel 20 lid 1 onder a het maximum niet bereikt dan wordt het niet benutte deel toegevoegd aan het budget van artikel 19 onder d, zie artikel 20 lid 4; bovenschoolse voorziening schakelklassen: € 5.000 totaal ongeacht het aantal groepen. Voor de activiteit als bedoeld in artikel 19 onder b is jaarlijks maximaal € 120.000 beschikbaar, waarbij geldt: voor een deeltijd schakelklas: € 85.000; voor een deeltijd schakelklas neveninstromers: € 35.000. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 19 onder c is jaarlijks maximaal € 75.000 beschikbaar. In aanvulling op het onder lid 2 bepaalde, zijn er voor voltijd schakelklassen in het primair onderwijs voor kinderen van statushouders middelen beschikbaar in aanvulling op rijkssubsidies en overige inkomsten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel