Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Opdracht en begrenzing

Onderdeel van Algemeen bevoegdhedenbesluit Vlissingen 2019

Mandaat, machtiging of volmacht wordt opgedragen aan de ambtenaren en niet-ondergeschikten die zijn vermeld in de bij dit besluit behoren¬de bijlagen. Het mandaat, de machtiging of de volmacht strekt uitsluitend tot het genoemde onderwerp en wordt uitsluitend uitgeoefend door de medewerker die is belast met het betreffende taakveld. Eerst aangewezenen voor het uitoefenen van het mandaat zijn de medewerkers genoemd in de bijlage 1. Alleen in bijzondere omstandigheden wordt het mandaat uitgeoefend door de in de tweede kolom in bijlage 1 genoemde directeur of teamleider. Ambtelijk opdrachtgevers en projectleiders PW zoals bedoeld in artikel 1 maken uitsluitend gebruik van hun mandaat ten behoeve van een vastgesteld project. In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt bij besluiten waaraan een integraal advies ten grondslag ligt en waarbij meer dan één directie betrokken is, het mandaat of de volmacht opgedragen aan de coördinerende directeur of teamleider. Bij verhindering of ontstentenis van de gemandateerde(n) kunnen de directeur en teamleider ondermandaat verlenen aan de vervanger van de gemandateerde(n). Ondermandaat ziet ten aanzien van ingehuurde medewerkers uitsluitend op publiekrechtelijke besluitvorming. De uitoefening van het mandaat wordt beperkt door de grenzen van het voor het onderwerp geldende geformuleerde beleid, richtlijnen, budget en instructies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel