Een raadslid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling, en zelfs de schijn daarvan, tegengaan.
Toelichting: De wetgever heeft raadsleden op vier manieren bescherminggeboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan.
(1) De wetgever geeft ten eerste aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijntaak zonder vooringenomenheid moet vervullen.De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid er voor te waken datpersoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijkbelang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die degemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheidgeldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling.
Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaakdoor politici gedacht - ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijkefinanciële inkomsten’. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van eenpersoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvormingonterecht kan beïnvloeden.
De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad alsgeheel om ertegen te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden debesluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces vanbesluitvorming en niet alleen tijdens de stemming.1Agressie of geweld van burgers tegen politici kunnen de besluitvorming beïnvloeden. Een politicus mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de burgemeester en/of de griffier
Raadsleden struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn vanbelangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van de raadsleden zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de code is opgenomen.
(2) De wetgever verbiedt raadsleden vervolgens expliciet te stemmen als er sprake isvan een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. Dewetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is vanbelangenverstrengeling.
(3) In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod testemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsledenexpliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscodewordt naar die verboden verwezen. In bijlage 1 en 2 van deze gedragscode treft u eenopsomming aan van deze verboden combinaties van functies en verbodenovereenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden deze bijlagennauwkeurig te bestuderen.
(4) De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zijvervullen naast het raadslidmaatschap. Op die manier wordt het voor andereraadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en degemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor de kwesties waarinbelangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvanhun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerddat zij tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingendie zaken doen met de gemeente.