Politici onthouden zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van persoonlijke aanvallen op individuele ambtenaren in raadsvergaderingen en in het openbaar.
Vingeroefeningen
OEFENING 12: Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprekwordt allengs een discussie. De discussie loopt, naarmate de avond vordert en dewijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen het eneraadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouwschuld! Je bent de slechtste voorzitter die Oostzaan ooit gekend heeft, dat vindtiedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’. Isdit aanvaardbaar gedrag?
Antwoord: Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.1.a. Een collega raadslid diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang.
OEFENING 13: Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn tenaanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, destraat zal een half jaar open liggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopthelemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben vanambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straatwel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikkenhet niet!’. In de zaal zitten ook twee raadsleden.
Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt een van hen het woord en zegtverontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we ditsoort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de portefeuillehouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren.
Is dit aanvaardbaar gedrag?
Antwoord: Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 5.3. In besloten vorm moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan hij zich het beste wenden tot de griffier of de wethouder.
In de raad kan hij overigens wel melden dat hij zorgen heeft geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren.