**2.1.1.** Een cliënt kan conform het bepaalde in artikel 4 van de Verordening in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen als:
de cliënt rechtmatig in Nederland verblijft, en;
de cliënt 18 jaar of ouder is, en;
de cliënt zich niet zelfstandig kan handhaven in de samenleving en dit niet op te lossen is met eigen kracht, mantelzorg, een algemene voorziening of een algemeen gebruikelijke voorziening, en;
de cliënt voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving 24 uur per dag zorg, begeleiding en/ of toezicht nodig heeft. Deze zorg, begeleiding en toezicht zijn intensief en onplanbaar. Deze zorg, begeleiding en toezicht zijn aanwezig of oproepbaar, en;
een ter zake kundige en bevoegde professional de psychiatrische, psychische of psychosociale problematiek heeft vastgesteld, en;
de problemen die de cliënt ondervindt in het zelfstandig handhaven in de samenleving is niet op te lossen met wettelijk voorliggende voorzieningen zoals:
de Zorgverzekeringswet, of;
de Wet langdurige zorg, of;
de Jeugdwet, of;
Wet forensische zorg.
(intramurale) behandeling voor de psychiatrische of psychische aandoening of beperking is afgerond of staat niet (meer) op de voorgrond, en;
er niet sprake is van een acute situatie in de geestelijke gezondheid, dakloosheid of acute problematiek op andere leefdomeinen, en;
**2.1.2.** Een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening beschermd wonen kan, gelet op artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 en gelet op de Verordening, worden geweigerd, herzien of ingetrokken indien:
de cliënt niet langer meewerkt aan het goed functioneren van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, of
de cliënt niet langer meewerkt aan het komen tot de in het Leefzorgplan vastgelegde resultaten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1