Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2.. De griffier laat de vragen zo spoedig mogelijk op het raadsinformatiesysteem geplaatsen en ter kennis brengen van het college of de burgemeester. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 14 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. 4.. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie via het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van de raadsleden 5.. Elk raadslid kan in de eerst mogelijke commissievergadering na ontvangst van de beantwoording van de schriftelijke vragen, in de rubriek actualiteiten, nadere vragen stellen over de inhoud van de beantwoording door het college of de burgemeester. 6.. De vraagsteller dient de vrijdag voor de commissievergadering voor 12.00 uur de nadere vragen in bij de griffier. 7.. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college van burgemeester en wethouders en de overige raadsleden. 8.. In overleg met de commissievoorzitter wordt de volgorde bepaald waarin de aangemelde onderwerpen voor de rubriek actualiteiten aan de orde worden gesteld. 9.. De maximale spreektijd van de vragensteller bedraagt 5 minuten. 10.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om de nadere vragen aan de betreffende portefeuillehouder te stellen en een toelichting daarop te geven. 11.. Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 12.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan de portefeuillehouder vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 13.. Er is geen gelegenheid tot interrupties.

Rechtspraak bij dit artikel