Grondslag voor de berekening van het havengeld is:
voor zeeschepen: de bruto-inhoud van het zeeschip in BT zoals deze blijkt uit de meetbrief;
voor binnenvaartschepen: het aantal strekkende meters, zoals dit blijkt uit de meetbrief;
voor vissersschepen: de bruto-inhoud in BT zoals deze blijkt uit de meetbrief;
voor pleziervaartuigen en zeilende bedrijfsvaartuigen als bedoeld in artikel 1, sub b van
deze verordening: het aantal strekkende meters over de grootste lengte gemeten;
voor overige schepen: de ingenomen wateroppervlakte zoals deze blijkt uit de bij het schip
behorende meetbrief.
Grondslag voor de berekening van het kadegeld is: de in beslag genomen ruimte van de kade of steiger, uitgedrukt in vierkante meters.