Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Wijziging, herzien, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van Lochem met daarin regels voor uitvoering van de Jeugdwet (Verordening Jeugdhulp 2018)

Degene aan wie op grond van deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of meteen uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. Als het college een besluit op grond van het tweede lid heeft gewijzigd, herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden gewijzigd, herzien of ingetrokken als blijkt dat het budget binnen 6 maanden na toekenning niet is gebruikt voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel