Indien een instelling in enig jaar niet voldoet aan het vereiste van het minimum aantal actieve (jeugd)leden is de volgende afbouwregeling van toepassing:
in het eerste jaar is de subsidie gelijk aan het aan de hand van artikel 4 berekende bedrag;
bij een ongewijzigde situatie bedraagt de subsidie in het tweede en derde jaar respectievelijk 50% en 25% van de voor het eerste jaar vastgestelde subsidie. Vanaf het vierde jaar vervalt de subsidie.
In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.
Artikel 7
Afbouwregeling
Onderdeel van Subsidieregeling amateuristische kunstbeoefening Someren 2019