1. Woonruimte kan door de verhuurder aangemerkt worden als:
a. grote gezinswoning;
b. woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijke- of nultredenwoning),
2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die is aangemerkt als:
a. grote gezinswoning wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste vijf personen;
b. woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk of nultredenwoning) wordt voorrang gegeven aan huishoudens met een desbetreffende indicatie.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 7.
Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard of grootte
Onderdeel van Huisvestingsverordening Terschelling 2015( wijziging 2019)