1. De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, moet worden betaald ingeval de kennisgeving, bedoeld in artikel 10, lid 1:
a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van die kennisgeving;
b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving.
2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de belastingaanslagen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, worden betaald uiterlijk één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.
3. In afwijking van het tweede lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet;
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 12
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019