Er vindt geen verlaging van de woonsituatie plaats op grond van artikel 27 van de wet.
Wanneer er een bijdrage plaats vindt in de woonlasten, middels betaling van deze lasten door een derde of doordat een derde de lasten niet in rekening brengt bij rechthebbende, zal de hoogte van de woonlasten worden gezien als inkomen, tot een maximum van het bedrag van de normhuur op grond van artikel 17, lid 2 Wet op de huurtoeslag, verhoogd met het bedrag van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage genoemd in artikel 16 Wet op de huurtoeslag
Artikel 4 Verlaging schoolverlaters
De verlaging voor een schoolverlater als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt 20% van de rekennorm.
Deze verlaging wordt toegepast gedurende zes maanden na het tijdstip van de beëindiging van onderwijs of een beroepsopleiding.
De verlaging wordt niet toegepast als de schoolverlater jonger is dan 21 jaar en de norm voor jongeren van 18 tot 21 jaar ontvangt op grond van artikel 20, lid 1 onder a en onder b of op grond van artikel 20, lid 2 onder a en onder b van de wet.
Wordt de algemene bijstand op grond van bijzondere bijstand aangevuld tot de norm voor 21 jaar of ouder (artikel 21 van de wet) of tot de kostendelersnorm (artikel 22a van de wet), dan wordt de verlaging toegepast tot maximaal de hoogte van de bijzondere bijstand.
De verlaging wordt zodanig afgestemd dat de schoolverlater blijft beschikken over een bedrag gelijk aan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud als bedoeld in artikel 3.18 Wet studiefinanciering 2000 en de eventuele toeslag als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet studiefinanciering 2000.
De verlaging wordt niet toegepast als de schoolverlater voortijdig de opleiding heeft moeten staken vanwege bijzondere omstandigheden en deze omstandigheden het verder volgen van onderwijs volledig beletten.