Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
a. voor restafval een minicontainer met een inhoud van 180 liter, met uitzondering van de huishoudens van de percelen als aangegeven in bijlage Ib behorende bij uitvoeringsbesluit 5, lid 1 sub a.;
b. voor restafval van huishoudens van de percelen als aangegeven in bijlage Ib behorende bij uitvoeringsbesluit 5, lid 1 sub a. de (ondergrondse) verzamelcontainer;
c. voor gft een minicontainer met een inhoud van 180 liter, met uitzondering van de huishoudens van de percelen als aangegeven in bijlage Ib behorende bij uitvoeringsbesluit 5, lid 1 sub a.
d. voor oud papier en karton de papiercontainers op de milieustraten en de door de kerken, scholen en/of verenigingen beschikbaar gestelde brenglocaties (opslagruimte/schuur/container);
e. voor glas de van gemeentewege in elke kern geplaatste collectieve (ondergrondse) containers op de locaties als aangegeven in bijlage Ia;
f. voor kunststof verpakkingen en drankenkartons de van gemeentewege in elke kern geplaatste (ondergrondse) containers op de locaties als aangegeven in bijlage Ia;
g.voor textiel de textielcontainers op de milieustraten en de container aan de Koestraat te Westkapelle ter hoogte van nummer 102;
De huishoudens waar gebruik wordt gemaakt van een inzamelmiddel zoals aangegeven in artikel 4, lid 1 a en c kunnen de beschikking krijgen van extra inzamelmiddel, met dien verstande dat:
a. dat voor een extra inzamelmiddel extra moet worden betaald;
b. deze inzamelmiddelen apart moeten worden aangevraagd;
c. de heffing als bedoeld in lid 2a jaarlijks wordt vastgesteld in de Verordening Afvalstoffenheffing.
Het college kan in specifieke omstandigheden afwijken van het gestelde onder lid 2.
Artikel 4.
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van UITVOERINGSBESLUIT AFVALSTOFFENVERORDENING