Bij de beoordeling of aanspraak bestaat op specialistische hulp wordt gekeken naar:
Is de klant ingezetene van de gemeente? (zie § 3.1.1)
Behoort de klant tot de doelgroep van de Wmo? (zie de artikelen 1.2.1 en 1.2.2 van de wet)
Zijn er andere mogelijkheden, zoals de eigen kracht, mantelzorger(s) of iemand uit het sociaal netwerk? (zie § 3.1.2)
Is sprake van gebruikelijke hulp? (zie § 3.1.3 en 4.5.2.1)
Zijn er - deels - voorliggende voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.4)
Zijn er - deels - algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.5)
Zijn er - deels - algemene voorzieningen beschikbaar (zie § 3.1.6)
Daarnaast moet worden beoordeeld of de klant voldoet aan de geldende criteria.
Hoofdstuk 4 › § 4.10.2
Artikel 4.10.2
Aanspraak op specialistische hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2019