Naar hoofdinhoud
De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. Onder benodigde stukken als bedoeld in lid 2 wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is. Indien het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1, kan dit door middel van de vragenlijst als bedoeld onder d; een geldig identiteitsbewijs (of een kopie daarvan), indien het een natuurlijk persoon betreft, en een ingevulde en ondertekende ‘Verklaring toestemming briefadres’ van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende ‘Vragenlijst briefadres’, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, onder 1 sub e of onder 2, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier van een betrokken (gemeentelijke) instantie. Indien het gaat om een situatie als bedoeld in artikel 2, onder 1 sub a of onder 2, en nadere inlichtingen gewenst zijn, dient aangever een aangifte desgevraagd in persoon toe te lichten. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 5, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk, waaruit blijkt dat opname van een woonadres om veiligheidsredenen niet wenselijk is. De briefadresgever die als ingezetene in de BRP ingeschreven staat, kan aan maximaal twee gezinshuishoudens, twee alleenstaanden of één gezinshuishouden en één alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel