**1..** De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, met een leefmilieuverordening of met het bepaalde in of krachtens deze verordening.
**2..** De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.
**3..** Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening met:
**a..** het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
**b..** de aard van de inrichting;
**c..** de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;
**d..** de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
**e..** de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van de inrichting in deze of in andere inrichtingen;
**f..** de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in het verleden.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 16.
Artikel 2:84
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening