Als er sprake is van informele hulp gelden de volgende kwaliteitseisen:
de hulpverlener moet een verklaring omtrent goed gedrag (VOG) kunnen overleggen;
de hulpverlener kan de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden inschatten en kan aangeven wanneer professionele of specialistische hulp nodig is;
de hulpverlener heeft aangegeven dat de zorg aan de budgethouder voor hem niet tot overbelasting leidt, en;
de hulpverlener werkt actief samen met andere jeugdhulpverleners wanneer sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de jeugdige of betrokkenen.
Hoofdstuk 2. Individuele voorzienigen › Paragraaf 3 Beoordeling
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Wierden 2019