Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. Individuele voorzienigen › Paragraaf 3 Beoordeling

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Wierden 2019

Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Een deskundige voert namens het college het gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders, en voor zover nodig andere personen. Het college onderzoekt in het gesprek zo spoedig mogelijk en voor zover noodzakelijk: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en/of zijn ouders en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden met gebruikmaking van een algemene voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. Tijdens het gesprek wordt de cliënt in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn. Het college kan, met instemming van de jeugdige en/of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. Het college en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het tweede lid vast in het ondersteuningsplan. Met toestemming van de jeugdige en/of zijn ouder worden in het ondersteuningsplan afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het ondersteuningsplan met de jeugdige en/of zijn ouder, een deskundige namens het college en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. Het college verstrekt het ondersteuningsplan aan de jeugdige en/of zijn ouders. Binnen zeven dagen na verzending van het ondersteuningsplan kunnen de jeugdige en/of zijn ouders opmerkingen indienen. Na zeven dagen is het ondersteuningsplan, met eventuele opmerkingen van de jeugdige en/of zijn ouders, vastgesteld. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel