**1..** Waar in deze beleidsregels begrippen worden gebruikt die niet hieronder staan gedefinieerd, wordt aan deze begrippen de betekenis van de definities uit de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (Ioaw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet toegekend.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
aanvullende inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel r van de Participatiewet, artikel 8, vijfde lid van de Ioaw en artikel 8, negende lid van de Ioaz;
algemene inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel n van de Participatiewet, artikel 8, tweede lid van de Ioaw en artikel 8, derde lid van de Ioaz;
belanghebbende: de persoon die algemene bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Ioaw of de Ioaz;
bijstand: algemene bijstand op grond van de Participatiewet, een uitkering op grond van de Ioaw of een uitkering op grond van de Ioaz;
bijstandsperiode: een periode dat algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt ontvangen of een uitkering op grond van de Ioaw of een uitkering op grond van de Ioaz;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland;
gift: een onverplichte betaling uit vrijgevigheid door een natuurlijke persoon of door een instelling;
inkomstenvrijlating medische urenbeperkte: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel y van de Participatiewet, artikel 8, zevende lid van de Ioaw en artikel 8, elfde lid van de Ioaz.
vermogen: de waarde van de bezittingen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de schulden.
wet: de Participatiewet, de Ioaw en de Ioaz.
Artikel 1