Naar hoofdinhoud
1.. Het recht op de algemene inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder van de partners afzonderlijk. 2.. Het recht op de algemene inkomstenvrijlating bestaat over maximaal zes maanden gedurende één bijstandsperiode. Deze periode van zes maanden hoeft niet aaneengesloten te zijn. 3.. Als de bijstandsperiode ten minste 30 dagen, overeenkomstig artikel 45, derde lid van de Participatiewet, wordt onderbroken, ontstaat er een nieuw recht op de algemene inkomstenvrijlating. 4.. Het college ziet af van het verstrekken van de algemene inkomstenvrijlating indien een eerdere bijstandsperiode is beëindigd wegens schending van de inlichtingenplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel