Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daartoe een budgetplan in. In het budgetplan is in elk geval opgenomen:
hoe de cliënt zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren;
wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen;
welke voorziening de cliënt met het pgb zou willen inkopen;
op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt;
de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief.
De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb:
kosten voor bemiddeling;
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;
kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.
3 Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel.
4. Een pgb dient door de cliënt binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
5. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte zal ontvangen
Hoofdstuk 3. Maatwerkvoorziening
Artikel 11 Regels voor een pgb
Artikel 11 Regels voor een pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wierden 2019