Het college kan alleen personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opleggen, tenzij bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat een tegenprestatie ook wordt opgelegd aan personen met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt.
Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college in ieder geval rekening met:
de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde;
de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de uitkeringsgerechtigde;
vrijwilligerswerk dat de belanghebbende verricht.
Het college draagt geen tegenprestatie op als de uitkeringsgerechtigde mantelzorg verricht.
HOOFDSTUK 2 › § 2.4
Artikel 2.13