Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities verordening

Onderdeel van Parkeerverordening Súdwest-Fryslân 2019

In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990; college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Súdwest-Fryslân motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; abonnement: een parkeerabonnement voor een motorvoertuig, welke gedurende minimaal een kalendermaand en maximaal een jaar geldig is voor een aangewezen gebied waar parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens (RDW) of degene die met een leasecontract of werkgeversverklaring kan aantonen dat hij/zij gebruiker is van het motorvoertuig. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeergelegenheid op eigen terrein: parkeerplaats op een terrein of in een garage die eigendom is van de aanvrager of uitgegeven in erfpacht, gebruikt of verhuurd wordt aan de aanvrager; dit geldt ook als er sprake is van een parkeerplaats op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, splitsingsakte, erfpachtvoorwaarden of de huur- of koopovereenkomst is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager; parkeerafspraak in een parkeerovereenkomst waarin vastgelegd is dat er geen gebruik wordt gemaakt van openbare parkeerplaatsen. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; ontheffing: een door het college verleende ontheffing op grond van artikel 87 van het RVV krachtens welke het wordt toegestaan te parkeren bij een parkeerverbodzoneplaats (artikel 62 van het RVV, verkeersteken E1) of een parkeerschijfzoneplaats zonder dat het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf (artikel 25 van het RVV); vergunninghouder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; ontheffinghouder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel