Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.11

Criteria verstrekken maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2019

1.. Het college kent een maatwerkvoorziening toe in verband met de door hem ondervonden beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie voor zover in het ondersteuningsplan wordt vastgesteld dat de inwoner geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden: op eigen kracht met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met andere hulp uit zijn sociaal netwerk; door al dan niet gedeeltelijk gebruik te maken van een algemene voorziening. 2.. Als meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, verstrekt het college de goedkoopst passende voorziening. 3.. Het college kent alleen een voorziening toe indien deze proportioneel en doeltreffend is. 4.. De aanvraag om een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval geweigerd indien de maatwerkvoorziening in natura is gerealiseerd vóór de melding dan wel de aanvraag. 5.. Indien werkzaamheden ter realisatie van de maatwerkvoorziening in natura zijn gestart vóór de melding dan wel aanvraag, kan een maatwerkvoorziening worden geweigerd, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld. 6.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte maatwerkvoorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch is afgeschreven, tenzij: de eerder verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen; de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de kosten van de vervanging, of de eerder verstrekte maatwerkvoorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke ondersteuning. 7.. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat: indien de beperkingen van de inwoner met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel verminderd; voor zover de inwoner aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening; indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als gevolg van omstandigheden die in de risicosfeer van de inwoner liggen; indien de inwoner niet adequaat, binnen de eigen mogelijkheden, heeft ingespeeld op de aanwezige beperkingen en het verloop hiervan.

Rechtspraak bij dit artikel