Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.14

Criteria toekenning PGB

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2019

1.. Een inwoner die een maatwerkvoorziening of individuele voorziening in de vorm van een PGB verstrekt wenst te krijgen, dient een daartoe verstrekt format budgetplan binnen 15 dagen na ontvangst in te vullen en aan het college aan te bieden. Het budgetplan maakt onderdeel uit van de aanvraag. 2.. De inwoner heeft onverminderd artikel 2.3.6 vijfde lid van de Wmo en/of artikel 8.1.1 van de Jeugdwet de mogelijkheid om te kiezen voor een persoonsgebonden budget indien: de inwoner naar oordeel van het college op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger, voldoende in staat is te achten tot: een redelijke waardering van zijn belangen, en het op een verantwoorde manier uitvoeren van de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken; de inwoner weet te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wenst. Indien het persoonsgebonden budget wordt verstrekt als voorziening op grond van de Jeugdwet weet de inwoner te motiveren waarom hij het natura-aanbod niet passend acht. De motivatie moet worden opgenomen in het budgetplan; naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. De inwoner de kosten van de ondersteuning die hij met het pgb wil inkopen, die uitstijgen boven de kostprijs van de naar het oordeel van het college adequate maatwerkvoorziening in natura, zelf bekostigt. 3.. Aan de onder sub a gestelde voorwaarden wordt niet voldaan als de ondersteuner een belang heeft dat tegengesteld is aan het belang van de inwoner. 4.. Indien een bewindvoerder, belangenbehartiger of (wettelijk) vertegenwoordiger het persoonsgebonden budget zal beheren, dient deze te voldoen aan de eisen uit lid 2. 5.. Het college stelt nadere regels over de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget aan een hulpmiddel, vervoersvoorziening of woningaanpassing kan worden besteed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel