Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3

Herziening of intrekking

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2019

1.. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 Wmo herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen, de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten, de inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, de inwoner de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt. 2.. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 8.1.1 Jeugdwet herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening; de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan voor waar het bestemd is. 3.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na toekennen niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4.. Het college bepaalt in de beslissing, als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid het tijdstip waarop de beslissing in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel