Naar hoofdinhoud

Artikel 1:1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 's-Hertogenbosch 2016

In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de grenzen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A, bij de Omgevingswet. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; groepsfiets: een door meerdere personen door trapaandrijving voortbewogen fiets waarop, naast de bestuurder, drie of meer personen kunnen plaatsnemen. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; omgevingsvergunning: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A bij de Omgevingswet. openbare plaats: a. de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; b. andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten; c. de openbare, voor een ieder toegankelijke parkeerterreinen en parkeergarages; d. de weg als bedoeld onder 19. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; vaartuig: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van trams en kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; uitweg: een verbinding tussen particulier terrein en de openbare weg die geschikt is voor gebruik door gemotoriseerd verkeer. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; woonboot: een vaartuig dat aan rom en opbouw herkenbaar is als schip en dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor en is bestemd tot woon- en nachtverblijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel