Aanvullend op het gestelde in Titel VA van de wet kan de burgemeester de vergunning intrekken als:
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder 3 van deze verordening;
gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
in de inrichting strafbare feiten hebben plaatsgevonden of de exploitant dan wel de beheerder(s) in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn bevonden.