Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Geldrop-Mierlo 2018