Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8.

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2019

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in de Tarieventabel behorende bij belastingen, heffingen en rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting, bedoeld in hoofdstuk E, onderdelen 2 en 3 van de Tarieventabel behorende bij belastingen, heffingen en rechten en voor zover genoemde bedragen betrekking hebben op de afvalstoffenheffing, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel