De voorzitter kan met opgave van redenen een aangelegenheid buiten vergadering ter advisering aan de commissie voorleggen. Hierbij gelden de volgende voorschriften:
Het voorstel wordt door de secretaris schriftelijk, daaronder begrepen via elektronische communicatie, aan de raadsleden toegezonden. ¬Bij het voorstel behorende stukken worden zo mogelijk meegezonden;
Het voorstel komt niet in aanmerking voor afdoening buiten vergadering wanneer, binnen de gestelde termijn ten minste twee raadsleden van twee fracties dit aan de secretaris te kennen geven. De secretaris doet daarvan mededeling aan de voorzitter en de overige leden. In het andere geval heeft afdoening buiten vergadering plaatsgevonden in die zin dat het voorstel geen bezwaren bij de commissie ontmoet. De secretaris deelt dit aan de voorzitter en de raadsleden mee;
Wanneer geen afdoening buiten vergadering heeft plaatsgevonden besluit de voorzitter bij vaststelling van de conceptagenda voor de eerstvolgende vergadering of de aangelegenheid ter besluitvorming aan die agenda zal worden toegevoegd.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Afdoening buiten vergadering
Onderdeel van Verordening op de rekeningencommissie 2018