Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitwerking criteria maatwerkvoorziening (artikel 3, tweede lid, van de Verordening)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen (4.34d1)

Het college verstaat onder eigen kracht dat de cliënt eerst kijkt in hoeverre hij zelf, of samen met zijn sociaal netwerk indien dat mogelijk is, een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van zijn situatie. Het college is van oordeel dat het heel normaal is dat je je inspant om je eigen situatie te verbeteren of dat je iets doet voor een partner of familielid die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving. Daarbij heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om te bevorderen dat burgers en hun omgeving hun eigen probleemoplossend vermogen benutten en versterken en daardoor niet of zo min mogelijk aangewezen raken op maatschappelijke ondersteuning. Het college verstaat onder mantelzorg, hetgeen daarover in de Wmo 2015 is bepaald en legt dat als volgt uit: Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie de cliënt regelmatig contact houdt. De mantelzorger en de cliënt hoeven niet per se in één huis te wonen. Het verlenen van mantelzorg overstijgt qua duur en intensiteit de normale gang van zaken. Het gaat om hulp die verder gaat dan gebruikelijke hulp. Het college kijkt naar de behoeften, mogelijkheden en belastbaarheid van de mantelzorger. Het college gaat uit van wat redelijkerwijs de mogelijkheden van de mantelzorger zijn. Wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een mantelzorger, verschilt van persoon tot persoon en is mede afhankelijk van de aard van de relatie en de situatie waarin de cliënt en de mantelzorger zich op dat moment bevinden. Het college gaat daarbij vooral uit van wat de mantelzorger zelf aangeeft. Naast de fysieke gesteldheid van de mantelzorger, kijkt het college ook naar de tijd die de mantelzorger beschikbaar heeft. Het college gaat met enige regelmaat de situatie van de cliënt en die van de mantelzorger bezien. Dit zorgt ervoor dat de belastbaarheid van de mantelzorger goed in het oog wordt gehouden en dat overbelasting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het college heeft oog voor wat nodig is om de mantelzorg zo structureel mogelijk te laten plaatsvinden en de mantelzorger af en toe te kunnen ontlasten. Het college houdt rekening met de inzet van kinderen. Mantelzorg mag nooit ten koste gaan van het welbevinden en ontwikkeling van kinderen, zoals omgaan met leeftijdgenoten, vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties. Het college slaat acht op het vermogen en de ontwikkeling van kinderen. Het college verstaat onder sociaal netwerk hetgeen daarover in de Wmo 2015 is bepaald en legt dit als volgt uit: Dit zijn personen met wie de cliënt regelmatig contacten onderhoudt, zoals bijvoorbeeld familieleden, huisgenoten, mantelzorgers, buren en medeleden van een vereniging. Het college verstaat onder een algemeen gebruikelijke voorziening hetgeen daarover in de Verordening is bepaald en legt dit als volgt uit: Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of mensen nu wel of geen beperking hebben. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van de geldende maatschappelijke normen op het moment van de melding/aanvraag. Algemeen gebruikelijke voorzieningen hoeven niet vanuit de Wmo 2015 te worden verstrekt. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, én; in de reguliere handel verkrijgbaar is, én; in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke producten, die algemeen gebruikelijk worden geacht. Uitzonderingen op deze criteria kunnen zijn situaties waarin: de handicap plotseling ontstaat, waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal aangeschaft of vervangen moeten worden; de cliënt een inkomen heeft, dat door aantoonbare kosten van de handicap onder de voor hem geldende bijstandsnorm dreigt te komen. Het college merkt de volgende voorzieningen als algemeen gebruikelijk aan (niet limitatief): het gebruik van een auto; eigen auto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; autoaccessoires zoals: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak, cruise control; bakfiets, fietskar, aanhangfiets; elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 18 jaar en ouder; fiets met trapondersteuning; spartamet/tandemmet; fiets met lage instap/ ligfiets; rollator; herinrichtingskosten; éénhendelmengkranen; antislipvloer/coating; keramische- of inductiekookplaat; ophogen tuin/bestrating bij verzakking; renovatie van badkamer en keuken die 25 jaar of ouder is (1) ; eenvoudige toiletstoel; verhoogd toilet of toiletverhoger; tweede toilet/sanibroyeur; wandbeugels; eenvoudige douchestoel; zonwering (inclusief elektrische bediening). kinderopvang; openbaar vervoer; alarmering; boodschappenservice; maaltijdvoorziening; glazenwasser. Het college verstaat onder een algemene voorziening hetgeen daarover in de Wmo 2015 is bepaald en legt dit als volgt uit: Algemene voorzieningen zijn toegankelijk voor alle ingezetenen van Haaksbergen. Algemene voorzieningen stellen mensen in staat om (ondanks hun beperkingen) zelfredzaam en zelfstandig te zijn en mee te blijven doen (participatie). Voor een algemene voorziening is geen toestemming (indicatie) en doorverwijzing van een instantie nodig. Algemene voorzieningen kunnen privaat zijn, publiek of een combinatie van beide. Het college merkt de volgende voorzieningen als algemene voorzieningen aan (niet limitatief): klussendienst; anonieme hulp op afstand; buurtbus; beschikbare rolstoelpool; opvang voor dak- en thuislozen die uitsluitend bestaat uit slapen en eten zonder verdere ondersteuning of meer specifiek, winteropvang; een inloop voor alle mensen die kampen met eenzaamheid of geestelijke dan wel geldelijke problemen (bijv. inloop GGZ); mantelzorgondersteuning; sociaal-culturele voorzieningen; diensten van bijvoorbeeld Noaberpoort; automaatje; formulierenbrigade; organiseren van activiteiten met een sociaal-recreatief of sportief karakter voor specifieke doelgroepen; algemeen toegankelijke activiteiten voor mensen die anderen willen ontmoeten of een zinvolle invulling willen geven aan de dag; ouderenadviseurs; cliëntondersteuning. (1: De sociale woningbouw hanteert voor de renovatie van badkamer en keuken een termijn van ongeveer 25 jaar. Omdat als ondergrens voor wat acceptabel is in de Wmo het niveau sociale woningbouw wordt gehanteerd, wordt dit eveneens toegepast voor eigenaren van een koopwoning en de vrije huursector.)

Rechtspraak bij dit artikel