Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder:1. Vaartuig : Een drijvend lichaam, dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen.2. Meetbrief : Het document, als bedoeld in artikel 782, vierde lid van het Wetboek van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stbl. 548 (Besluit binnenschependocumenten).3. Laadvermogen : Het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het vaartuig bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig.4. Oppervlakte : Het product van de grootste lengte en de grootste breedte van het vaartuig.5. Lengte : De grootste lengte van het vaartuig.6. Havenmeester : De ambtenaar aan wie het toezicht op de havens en kaden is opgedragen of zijn plaatsvervanger.7. Tabel : De bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 2
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld