De individuele voorziening OB4 heeft als doel dat de behandeling bijdraagt aan (inter)persoonlijke vaardigheden zoals beschreven bij OB3. Onder de behandeling valt ook diagnostiek gericht op het in kaart brengen van mogelijkheden en beperkende factoren binnen een ziektebeeld en/of behandeling (procesdiagnostiek) gericht op ontwikkelen van inzichten in eigen handelen en/of nieuwe vaardigheden. Mogelijk vormt medicatiecontrole onderdeel van de ondersteuning die geboden wordt, mits het betreft controle van medicatiegebruik door een kinderpsychiater of een consult in verband met de medicatie.
Binnen de individuele voorziening OB4 zijn drie niveaus te onderscheiden, namelijk niveau A, niveau B en niveau C.
Kenmerken van cliënten/situaties die onder niveau A vallen:
er is geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek;
er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context;
de cliënt en/of het cliëntsysteem kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering;
de cliënt heeft voldoende inzicht, kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren;
de cliënt of het gezinssysteem is gemotiveerd voor het volgen/ontvangen van ondersteuning.
Kenmerken van cliënten/situaties die onder niveau B vallen:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en of escalatie is aanwezig maar niet groot;
de cliënt of het gezinssysteem kan veranderingen zelf signaleren, maar is onvoldoende in staat om hierop te reageren;
de motivatie van de cliënt of het gezinssysteem voor de volgen van de ondersteuning is wisselend.
Kenmerken van cliënten/situaties die onder niveau C vallen:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de ondersteuning is niet routinematig;
er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context;
er is hoog risico op escalatie/gevaar;
met de cliënt of het gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar;
voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig;
de cliënt of het gezinssysteem kan veranderingen zelf in het geheel niet signaleren;
er kan verscherpt toezicht nodig zijn;
de cliënt of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.
Voor OB4 geldt dat een specialistische behandelaar eindverantwoordelijk is. Als specialistisch behandelaren zijn aan te merken:
psychiater;
klinisch psycholoog;
klinisch neuropsycholoog;
psychotherapeut;
verslavingsarts inschreven in profielregister KNMG (enkel regiebehandelaar binnen de verslavingszorg);
verpleegkundig specialist GGZ;
GZ-psycholoog;
VG arts;
orthopedagoog-generalist NVO;
kinder- en jeugdpsycholoog NIP;
medisch specialist.
Artikel 6
Uitwerking individuele voorziening OB4 (artikel 2, derde lid, van de verordening)
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Haaksbergen (4.55a)