Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Maatvoering

Onderdeel van Nadere regels grafbedekking 2019

1.. De maat van een graf bedraagt 190 x 90 cm; een kindergraf 150 x 70 cm. De tussenliggende strook van 30 cm moet vrij blijven. 2.. Op een particulier graf mag aan het verst van het pad gelegen deel een staand gedenkteken worden opgericht van ten hoogste 90 x 90 x 10 cm. Het liggende gedeelte van het gedenkteken op het graf mag, met inbegrip van het staande gedeelte, ten hoogste 190 x 90 x 10 cm bedragen. Uitgezonderd van het staande gedeelte, mogen op het liggende gedeelte geen onderdelen worden aangebracht met een grotere hoogte dan 45 cm. 3.. Op een algemeen graf mag een liggend gedenkteken worden geplaatst van ten hoogste 50 x 50 x 5 cm, waarbij aan de achterzijde een wig is bevestigd van 10 cm. 4.. Op een kindergraf mag aan het verst van het pad gelegen deel een staand gedenkteken worden opgericht van ten hoogste 70 x 70 x 8 cm. Het liggende gedeelte van het gedenkteken op het graf mag, met inbegrip van het staande gedeelte, ten hoogste 150 x 70 x 8 cm bedragen. Uitgezonderd van het staande gedeelte, mogen op het liggende gedeelte geen onderdelen worden aangebracht met een grotere hoogte dan 35 cm. 5.. Een urnengraf mag voorzien worden van een grafbedekking van 40 x 40 x 5 cm met een maximale hoogte van 40 cm. 6.. Een grafkelder kan maximaal 2 lijken bevatten. De afmeting van een keldergraf is 2.24 bij 0.84 meter (inwendige maat, de wanddikte mag maximaal 10 cm zijn). 7.. Op een grafkelder, in een particulier graf, mag aan het verst van het pad gelegen deel een staand gedenkteken worden opgericht van ten hoogste 90 x 90 x 10 cm. Het liggende gedeelte van het gedenkteken op het graf mag, ten hoogste 190 x 90 x 10 cm bedragen. 8.. In afwijking van bovenstaande leden is het toegestaan om zogenaamde veldkeien te plaatsen; de afmeting van een veldkei moet in proportie met het graf zijn.

Rechtspraak bij dit artikel