Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van ouderdom van de vordering. Bij vorderingen die langer dan 1 jaar openstaan wordt een verliesvoorziening gevormd van 50%van de vordering, bij vorderingen die langer dan 2 jaar open staan en dwangsommen wordt een verliesvoorziening gevormd van 100%.
Bij vorderingen groter dan € 1.000,-- wordt de oninbaarheid per post beoordeeld.
Voor openstaande vorderingen betreffende sociale zaken wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van de hiervoor door het college vastgestelde beleidsregels.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening Krimpenerwaard 2019