Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10

Algemene voorwaarden

Onderdeel van Regeling Parkeervergunningen 2019

Aanvragers die zowel bewoners- als zakelijk belanghebbende op één adres zijn, komen voor maximaal één vergunning in aanmerking. Een vergunning kan niet worden verleend voor een motorvoertuig dat, met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,40 meter. Een vergunning kan niet worden verleend voor een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt. De houder van een vergunning is verplicht een adres- en of kentekenwijziging direct door te geven en de vergunning op te zeggen zodra hij/zij niet meer voldoet aan de voorwaarden voor het verstrekken ervan. Dit is onder meer het geval als men verhuist en of geen houder van een motorvoertuig meer is. De vergunning kan worden ingetrokken als de houder handelt in strijd met de eraan verbonden voorschriften. Bij activiteiten in een parkeersector en/of op een parkeeraccommodatie waarvoor de gemeente de parkeervergunning en/of het -abonnement heeft verleend en waardoor het niet mogelijk is om daar te parkeren, kan aan het hebben van een parkeervergunning en/of -abonnement geen rechten worden ontleend. Voor een parkeerkaart, -pas of -druppel verstrekt bij een vergunning geldt dat bij verlies of vermissing ervan de kosten van vervanging voor rekening zijn van de vergunninghouder.

Rechtspraak bij dit artikel