Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 14

Voorwaarden en overige bepalingen

Onderdeel van Regeling Parkeervergunningen 2019

Aanvragers komen voor een vergunning op grond van artikel 3.6 van de Parkeerverordening 2016 in aanmerking als zij het beroep en/of bedrijf uitoefenen van huisarts, verloskundige, kraamverzorging of thuiszorg waardoor zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in verband met de uitoefening van hun beroep of bedrijf in meerdere sectoren meer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang, tijdsduur en plaats. Als meerdere medewerkers in de hoedanigheid van huisarts, verloskundige, medewerker kraamzorg of thuiszorg aan een beroep en/of bedrijf zoals genoemd in het eerste lid verbonden zijn, kunnen zij allen voor een vergunning in aanmerking komen, als zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in meerdere sectoren meer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang, tijdsduur en plaats en houder zijn van een motorvoertuig. Met deze vergunning mag worden geparkeerd op de vergunninghouderparkeerplaatsen en op de parkeerapparatuurplaatsen binnen de sector waar men op dat moment werkzaam is. De vergunning kan worden verleend voor parkeren in de sector waar de specifieke beroepsbeoefenaar als bewoner of gevestigd staat ingeschreven, of waar de specifieke beroepsbeoefenaar zijn/haar zorg verleent en kan ook worden verleend voor parkeren in alle sectoren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel