Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Langdurig laag inkomen

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Utrecht 2019

1. Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet als hij aangewezen is op een inkomen dat gedurende referteperiode niet meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21 van de wet, aangevuld, indien van toepassing, met de tegemoetkoming op grond van de Wet op de kindregelingen. Artikel 22a van de wet blijft hierbij buiten toepassing. 2. In afwijking van het eerste lid is bestaat een langdurig laag inkomen ook indien een gezin met kinderen van 12 jaar en ouder aangewezen is op een inkomen dat gedurende referteperiode niet meer bedraagt dan 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21 van de wet, aangevuld, indien van toepassing, met de tegemoetkoming op grond van de Wet op de kindregelingen. Artikel 22a van de wet blijft hierbij buiten toepassing.3.Het college stelt nadere regels met betrekking tot de toepassing van het eerste lid ten aanzien van bepaalde categorieën personen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel