Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van de raad beslist of het voorstel voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 2, tweede lid. 2.. Indien de voorzitter van de raad de burgeragendering of het burgerinitiatief ontvankelijk verklaart, plaatst de voorzitter dit op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 3.. De initiatiefnemer krijgt de gelegenheid de burgeragendering of het burgerinitiatief in de in lid 2 genoemde vergadering kort toe te lichten. 4.. Vervolgens neemt de raad de burgeragendering of het burgerinitiatief in procedure en vraagt de procedurecommissie om dit te agenderen voor inhoudelijke behandeling in een raadscommissie, voorafgegaan door een Raadsinformatiebijeenkomst (RIB). 5.. Het college kan desgewenst zijn mening voorafgaande aan de behandeling van de burgeragendering aan de raad kenbaar maken. 6.. De raad verzoekt het college om ten behoeve van de inhoudelijke commissiebehandeling zijn mening omtrent het burgerinitiatief aan de raad kenbaar te maken. Indien het college zich niet met het burgerinitiatief kan verenigen, kan het de raad adviseren het voorstel niet te aanvaarden dan wel na wijziging te aanvaarden. 7.. In een raadscommissie wordt de burgeragendering of het burgerinitiatief opiniërend besproken. De raadscommissie trekt conclusies bij een burgeragendering en leidt een burgerinitiatief door naar de raad voor besluitvorming. 8.. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of wordt dit op gebruikelijke wijze openbaar bekend gemaakt. De initiatiefnemers nemen bij een burgeragendering aan het eind van de behandeling kennis van de conclusies. 9.. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt door de griffier van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer. 10.. Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat. 11.. Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen twaalf weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. 12.. Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus worden de termijnen met twaalf respectievelijk acht weken verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel