In de wet Financiering Decentrale Overheden (fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden.
De treasuryfunctie wordt hierbij gedefinieerd als:
het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op:de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's
De gemeente Veenendaal onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Zij wenst haar activiteiten op het gebied van treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten.
In verband met de vereisten van de Wet fido, zijn twee instrumenten op het gebied van treasury ingevoerd: allereerst het onderhavige treasurystatuut. In dit treasurystatuut is de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast het treasurystatuut wordt jaarlijks een paragraaf C Financiering opgenomen in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin komen de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury aan de orde. In de managementrapportages wordt de tussentijdse verslaglegging opgenomen.
Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de volgende regelgeving:
De Gemeentewet;
De Wet FIDO;
De Wet HOF – Houdbare Overheidsfinanciën;
De Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden;
De Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden;
De Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden;
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV).
In dit treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasury functie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer.
Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasury functie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid over de verdeling van de taken, bevoegd-heden en verantwoordelijkheden.
Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar te houden.
In de Memorie van Toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.