Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Voorschriften voor het in werking stellen van de parkeerapparatuur

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit op grond van de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2019

Bij het in werking stellen van de parkeerapparatuur moeten de aanwijzingen en voorschriften, aangegeven op of bij de parkeerapparatuur, in acht worden genomen. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of bij de parkeerapparatuur kennis gegeven. Het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt: door middel van contante betaling (uitsluitend indien de parkeerapparatuur daarvoor geschikt is) of door middel van een betaling met een door de parkeerautomaat geaccepteerde creditcard (uitsluitend indien de parkeerapparatuur daarvoor geschikt is) of door middel van een pinbetaling (uitsluitend indien de parkeerapparatuur daarvoor geschikt is). Indien de parkeerapparatuur ter plaatse geschikt is voor contante betaling kan de parkeerbelasting in eenheden van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 en € 2,00 worden voldaan. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon inloggen op of via een pas contact maken met een centrale computer en tevens geregistreerd te zijn als deelnemer bij een bedrijf waarmee de gemeente Arnhem een contract heeft afgesloten voor deze dienst.

Rechtspraak bij dit artikel