Naar hoofdinhoud
Als het maximale aantal vergunningen voor bewoners, zoals vastgelegd in artikel 6 van het uitwerkingsbesluit, nog niet is bereikt, komt een bewoner in aanmerking voor een vergunning. Als het maximum wel is bereikt, wordt geen vergunning verstrekt, maar wordt de aanvraag op een wachtlijst, zoals omschreven in de Parkeerverordening 2019, geplaatst. De volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag is daarbij bepalend. Om voor een bewonersvergunning in aanmerking te komen moet men aan een aantal eisen voldoen. Ten eerste moet men wonen in een gebied waar daadwerkelijk parkeerregulering van kracht is en vergunningen worden verstrekt. Tevens moet men houder zijn van een motorvoertuig of brommobiel. Voor overige voertuigen die geen motorvoertuig zijn komt men niet in aanmerking voor een parkeervergunning. Men krijgt de vergunning voor de sector waar men woonachtig is. Het is dus niet mogelijk om een vergunning voor een andere sector aan te vragen. Per persoon wordt maximaal 1 vergunning verleend. Iemand met twee auto’s komt dus niet in aanmerking voor twee vergunningen. Het aantal vergunningen dat wordt verstrekt per zelfstandige woning bedraagt in de regel ook 1; met uitzondering van de in dit artikel genoemde gebieden waar maximaal 2 parkeervergunningen per zelfstandige woning worden verstrekt. In het Spijkerkwartier is het aantal te verstrekken bewonersvergunningen per zelfstandige woning niet gelimiteerd. Zo kunnen in het Spijkerkwartier alle bewoners die houder zijn van een motorvoertuig of brommobiel in beginsel in aanmerking komen voor één bewonersvergunning per persoon. In sommige sectoren zijn locaties expliciet uitgesloten van een bewonersvergunning. Dit zijn transformatie- of ontwikkellocaties waarbij als voorwaarde geldt dat de ontwikkelaar zelf moet voorzien in een parkeeroplossing, of waarbij de ontwikkelaar een parkeervoorziening heeft, of de mogelijkheid heeft om zelf een parkeeroplossing te realiseren. Op deze locaties komt men dus niet in aanmerkingen voor bewonersvergunning. Omdat zij hiervoor in principe terecht kunnen op eigen terrein. Als deze locaties niet worden uitgesloten leidt dat tot een hogere uitgifte van parkeervergunning aan gebruikers waar deze niet primair voor bedoeld is. Het verstrekken van een bezoekersvergunning blijft wel mogelijk. Het stallen van uw caravan, camper of aanhangwagen op betaald parkeerplaatsen is toegestaan voor een maximum van drie dagen (zie Algemene Plaatselijke Verordening, APV). Het is niet toegestaan in uw voertuig te overnachten. Indien uw caravan of aanhangwagen niet aan een motorvoertuig is vast gekoppeld, dient u apart parkeergeld te betalen. Het is niet mogelijk om voor een caravan of aanhanger een parkeervergunning aan te vragen. U kunt een parkeervergunning voor uw camper aanvragen. Ook dan geldt dat u niet langer dan drie dagen mag parkeren. Als de caravan of aanhangwagen vastgekoppeld is aan uw auto, hoeft u niet apart te betalen. Uw parkeervergunning of betaling bij de parkeerautomaat voor uw auto is namelijk geldig voor de aanhanger en het voertuig waar de aanhanger aan vast zit. Een parkeervergunning wordt geweigerd indien men beschikt of kon beschikken over een parkeerplaats op eigen terrein of een oprit die aan de hier gestelde afmetingen voldoet. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een appartementencomplex wordt gebouwd met daarbij een parkeergarage. Indien deze parkeergarage (gedeeltelijk) expliciet is bedoeld voor de appartementen, met andere woorden, indien de parkeerplaatsen te koop of te huur zijn of worden aangeboden aan de bewoners van deze appartementen, komt men niet in aanmerking voor een parkeervergunning. Hiermee wordt voorkomen dat voor voorzieningen die in beginsel wel beschikken over eigen parkeercapaciteit, de parkeerdruk wordt afgewenteld op de openbare weg. Ook een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg wordt beschouwd als een eigen plaats. Voor het parkeren op een dergelijke plaats is geen vergunning (wel een gehandicaptenparkeerkaart) benodigd. Ook als men reeds beschikt over een andere parkeervergunning voor de betreffende zelfstandige woning komt men niet in aanmerking voor een bewonersvergunning. Van had c.q. zou kunnen beschikken over een parkeerplaats is sprake indien iemand zijn parkeerplaats bijvoorbeeld heeft verbouwd tot keuken, of deze heeft verhuurd of wanneer de ruimte op een andere wijze niet meer te gebruiken is als parkeerplaats. Zo wordt voorkomen dat parkeerplaatsen te gelde worden gemaakt en de parkeerbehoefte wordt afgewenteld op de openbare weg. Dat betekent dat ook toekomstige bewoners van de woning niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Voor de bepaling met betrekking tot de parkeerplaats op eigen terrein is de datum van 1 januari 2012 maatgevend. Als betaald parkeren na die datum wordt ingevoerd, dan is de datum van invoering maatgevend. Uitzonderingen vormen de situaties waarbij uit de bouwvergunning of anderszins blijkt dat de betreffende ruimte specifiek is bedoeld voor het stallen van één of meerdere auto’s, of dat een voorziening is geregistreerd als POET (Parkeren Op Eigen Terrein) in een door het college vastgesteld overzicht. Het doel hiervan is ervoor te zorgen dat de omvang van het parkeerareaal geborgd blijft en er voor te zorgen dat parkeervoorzieningen blijvend worden gebruikt waarvoor zij zijn bedoeld. De vergunning is een vergunningjaar geldig. Dat betekent niet dat na een jaar een nieuwe aanvraag hoeft te worden gedaan. Bij ongewijzigde omstandigheden wordt de vergunning (na betaling) steeds met een vergunningjaar verlengd. De reikwijdte van de hardheidsclausule (lid 8) is beperkt omdat sprake is van belastingen, waarbij het gelijkheidsbeginsel leidend is. Parkeerbelastingen zijn een zakelijke belasting, die onafhankelijk is van de omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel