Voor een optimale verdeling van de parkeerdruk is Arnhem opgedeeld in sectoren. Een sector bestaat uit één of meerdere gebieden, zoals benoemd in artikel 3. Een parkeervergunning is geldig in de sector waarvoor de vergunning is uitgegeven.
De omvang van de sectoren is altijd een punt van discussie. Zowel grote sectoren als kleine sectoren hebben elk hun voor- en nadelen. Kleine sectoren hebben als voordeel dat de parkeerdruk vrij exact kan worden verdeeld. Nadeel daarvan is dat de administratieve lasten hoger zijn, en dat de vergunninghouder slechts van een beperkt aantal parkeerplaatsen gebruik kan maken. Bij grote sectoren geldt het omgekeerde. De gebruiker heeft een ruime bewegingsvrijheid, maar mede daardoor kan binnen het vergunninggebied plaatselijk een (ongewenst) hoge parkeerdruk ontstaan.
Bij het bepalen van de grootte van de sectoren is getracht een evenwicht te vinden tussen ‘bewegingsvrijheid’ en ‘regulering’. Dit leidt tot het uitgangspunt: groter als het kan, kleiner als het moet.
Houders van een vergunning mogen op alle parkeerplaatsen in de sector parkeren, tenzij sprake is van een gereserveerde parkeerplaats (zoals een gehandicaptenparkeerplaats, autodate of artsenplaats of het parkeren voor vergunninghouders bij besluit van het college is verboden. Er bestaat geen verschil meer tussen “parkeerapparatuurplaatsen” en “belanghebbendenplaatsen”. Plaatsen voor uitsluitend vergunninghouders worden alleen nog toegepast in gebieden waar bezoekend verkeer onwenselijk is, in verband met een feitelijk tekort aan parkeerplaatsen overdag en/of in de avond.
Bewoners van het Spijkerkwartier kunnen een vergunning aanvragen voor de sectoren E, H, N of O. Met een vergunning voor de sector E kan op straat worden geparkeerd. Met een vergunning voor één van de andere sectoren kan alleen in die sector worden geparkeerd.
Artikel 4.
Geldigheid van de parkeervergunningen.
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit op grond van de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2019